Van Townsville reden we recht naar Bowen om er te zwemmen in Horseshoe Bay. Er lag heel wat koraal (grijs skelet) op het strand, als voorproefje op wat we de dag erna gingen onderzoeken... :)
We reden diezelfde dag nog van Bowen naar Airlie Beach en ook de drie Vlamingen gingen mee. Direct een tamelijk goedkope camping gevonden en ons verdiept in de miljoenen flyers en brochures over de Whitsunday Islands. Omdat die jongens dat al van plan waren en wij ontdekten dat zo een dagtrip maar de helft zo duur was als we dachten, en omdat je het Great Barrier Reef gewoon moet zien, gingen we mee!
De boot was al een beetje oud, met niet zo'n ideale plaats om rond te kijken. En ondanks mijn pilleke was ik al snel misselijk :) Maar niet getreurd, ik heb er zeker van genoten! We bezochten een lookout van waar je alle Whitsunday eilanden kon zien slash fotograferen en wandelden door tropisch regenwoud, rustten een uurtje uit op het knisperige, witte zand van Whitsunday Beach, aten buffet op de boot en gingen daarna - eindelijk! - snorkelen. Met giga zwembril en snorkel, wet suit en zwemvliezen zwommen we eerst een heel diep stuk over om dan in het ondiepere water koraal en vissen te gaan bewonderen. Alle mogelijke groottes, kleuren en vormen - zowel koraal als vissen. Er was een hele grote fluoblauw-met-fluogroene vis die lipkes had en van het koraal smulde, er was paarsig koraal dat zich terugtrok in een schelp als je erover zwom, er was oranje koraal dat stond te wuiven in het water, ik zag heel veel kleine visjes in alle mogelijke kleuren,... Ik hoef wellicht niet meer te zeggen dat ik het fantastisch vond? En Tim vond dat ook, natuurlijk!
Vanuit Airlie Beach reden we naar Eungella National Park waar we platypussen zagen, ook wel vogelbekdieren genaamd, en er zaten ook vrolijke schildpadden rond te zwemmen :). (We hebben de platypus je groetjes gedaan, Guido!)
Na Eungella reden we naar Noosa National Park, waar we 'almost certainly' koala's zouden zien. Aangezien we er nog geen gezien hebben in het wild was dit dus de uitgelezen kans. Een bord gaf aan dat je ze eerder kan ruiken dan zien, omdat ze een beetje stinken. We hebben heel hard ons best gedaan en heel de tijd rondgekeken en -geroken, maar geen koala te bespeuren... Spijtig! Het park zelf lag naast de zee met schitterende uitzichten en was wel de moeite, ondanks mijn ontgoocheling :).
Van Noosa naar Eumundi, naar de grootste markt van Australie in een godvergeten klein dorp. Niets gekocht, wel rondgewandeld :) En van daar dan via de Sunshine Coast en een omwegje langs de beboste bergen en groene valleien van het Hinterland verder naar het zuiden. Gisteren beklommen we de Glasshouse Mountains. Vandaag zijn we in Brisbane. We schatten rond half juli terug in Sydney te zijn, om er meteen te gaan werken (in dat bedrijf waar we in februari werkten). We hebben een nieuwe registratie (rond de 800 dollar) nodig voor de auto, voor we die kunnen verkopen, maar eerst hebben we dat geld nodig natuurlijk :) En in die anderhalve maand verkopen we dan onze auto, regelen we alles wat nog gedaan en afgesloten moet worden en plannen we een tussenstop in Taipei voor een dag of tien voor we terug naar Belgie afzakken. Nog een strak schema dus :)
Veel groetjes!
Tine
zondag 4 juli 2010
donderdag 24 juni 2010
Darwinicious
Het was goed heet in Broome, maar we waren er nog niet vanaf. Onze airco was er gelukkig gemaakt, al moesten we ons ook nog een nieuwe batterij aanschaffen. Maar afin, we konden weer voort. Vanuit Broome reden we naar Darwin, zo’n 1500 km. We konden niet de avontuurlijke 4WD-baan volgen, dus gingen we nogal snel over de gewone snelweg. Het landschap veranderde pas toen we bijna aan het einde van de Kimberley (zo heet die regio daar) waren: hoge bergen langs beide kanten van de snelweg, prachtige kleuren in het avondlicht. We kampeerden telkens op een rest area langs de baan, tussen wel minstens twintig miljoen caravans :) Een van die rest areas lag een beetje weg van de baan. Over een riviertje en dan tussen de bomen. Er stond een groot bord dat waarschuwde voor krokodillen. Maar ach, bij ons staan er toch ook altijd bordjes op de autostrade die waarschuwen voor overspringende herten? Ooit al een gezien? :) Maar hier was het dus ‘voor echt’. Wij hebben de krok niet gezien maar onze geburen wel. Het begin van Crocodile Country!
We reden over de grens met Northern Territory en gingen zwemmen in verschillende hot springs (bijzonder aangenaam!). We bezochten Litchfield National Park, waar het ook veel te warm was maar waar we ‘s ochtends wel een duik konden nemen in een krokodilvrije poel. Van waterval naar gorge en dan weer het park uit om het Territory Wildlife Park te bezoeken. Echt de moeite. Oog in oog met een van die gigantische ‘salties’ (zoutwaterkrokodillen die ook in zoet water leven). Hij zat in een aquarium en lag onbeweeglijk met zijn oogskes boven water terwijl wij enkele foto’s maakten en besloten dat een krokodil toch maar saai is, toen hij zich net eens ging keren. Het aquarium was een beetje hoger dan de grond, dus toen hij met zijn hoofd onder water was, stonden we ineens heel letterlijk oog in oog met die bijna vijf meter lange griezel. Toen heb ik maar besloten dat als DAT in de rivieren zit (en er zitten er veel!), dat ik er mij misschien toch niet meer in ga wagen… Brr!
En van daar naar Darwin, een aangename stad. Twee keer verwoest door een stevige orkaan en in de Tweede Wereldoorlog nog eens gebombardeerd door de Japanezen (op één dag was de stad helemaal in brokken). Veel hebben wij er niet van gemerkt. De State Library had wel van die ijzeren versterkingen achter de ramen, maar voor de rest is alles gewoon voor de zoveelste keer mooi heropgebouwd. Wij waren er op een donderdagavond, en dan is er net markt op Mindil Beach. Veel kraampjes met juwelen, kleren, zelfgemaakte dingen en eten (er was zelfs een kraampje met ‘You kill it, we grill it’, waar ze krokodil- en emoe- en kamelenvlees verkochten, zogezegd ‘roadkill’, maar dat betwijfel ik). Er was ook een artiest die alles kon met vuur. Gezellige avond!
Van Kakadu naar Uluru
Vanuit Darwin reden we naar Kakadu National Park, het bekendste Australische nationale park en tevens de setting van de alombekende Crocodile Dundee-film. Omdat we ineens 25 dollar per persoon moesten betalen, gewoon als toegangsprijs, hadden we er al wat minder zin in. Bovendien waren er nog heel veel wegen gesloten, waar de rivier nog over de baan liep, of waar er geen baan meer was na de allesmeesleurende stormen van het ‘Wet’. Maar we hebben er het beste van gemaakt (we hadden dan toch al betaald…) We bezochten Ubirr, een van de best bewaarde Aboriginal art-sites, en we wandelden door wetland, rainforest en ongeveer alles wat Kakadu op het moment te bieden had. We gingen ook gratis zwemmen in het zwembad van het resort dat midden in het park lag. Hihi :) Al bij al niet ons favoriete park, maar we zijn er dan toch eens geweest ;)
Na Kakadu kwam Uluru. We reden in enkele dagen naar Alice Springs, waar het ineens net niet vroor ‘s nachts. En waar we twee nieuwe voorbanden nodig hadden. Zucht. Maar we hebben dan ook wel al meer dan 28.000 kilometer afgelegd :) En dus deden we ook die vierhonderd kilometer naar Uluru/Ayers Rock zonder verpinken. Weer 25 dollar toegang per persoon, verdorie. We wandelden de zeven kilometer door Kata Tjuta en de tien kilometer rond Uluru in één dag en keken erna nog naar de zonsondergang die de bekendste steen van Australië felrood kleurde.
Van Uluru dan terug naar het noorden, naar de West MacDonnell Ranges (ten westen van Alice Springs). Toegegeven, dat was een van de mooiste zichten die we in een tijd gezien hadden. Beter dan Kakadu alleszins en stukken minder toeristisch dan Uluru. En we moesten geen toegang betalen, woehoew!
De Ranges waren ruig en wat de Australiërs ‘unspoilt’ noemen. We kampeerden er aan een gorge en werden gewekt door de huilende dingo’s die kwamen drinken aan het ‘waterhole’ dat tussen metershoge rotsbergen lag. Het zwarte water weerspiegelde die rood-groene bergen en je kon er uren slijten: zittend, wandelend, klauterend of zwemmend. We zagen er nog meer van die ‘gorges’ met water. Impressionant en heel erg de moeite, vonden we.
Naar Townsville
Intussen zijn we de Ranges uit en hebben we de verplichte 500 kilometer terug naar ‘boven’ afgelegd en zijn we aan Threeways de Barkly Highway gevolgd tot in Townsville. Onderweg hebben we onze eerste Belgen ontmoet, drie gasten uit Sint-Katelijne-Waver. We hebben al drie dagen samen gereisd. Veel gelachen, eten gedeeld, “wappelsap” gedronken en kampvuurkes gemaakt (‘t zijn ook drie scouten!). Intussen zijn we in Townsville, waar de zon schijnt en er, zoals overal al in Queensland, wegenwerken zijn. Morgen rijden we naar het zuiden, langs de kust.
Tot later!
We reden over de grens met Northern Territory en gingen zwemmen in verschillende hot springs (bijzonder aangenaam!). We bezochten Litchfield National Park, waar het ook veel te warm was maar waar we ‘s ochtends wel een duik konden nemen in een krokodilvrije poel. Van waterval naar gorge en dan weer het park uit om het Territory Wildlife Park te bezoeken. Echt de moeite. Oog in oog met een van die gigantische ‘salties’ (zoutwaterkrokodillen die ook in zoet water leven). Hij zat in een aquarium en lag onbeweeglijk met zijn oogskes boven water terwijl wij enkele foto’s maakten en besloten dat een krokodil toch maar saai is, toen hij zich net eens ging keren. Het aquarium was een beetje hoger dan de grond, dus toen hij met zijn hoofd onder water was, stonden we ineens heel letterlijk oog in oog met die bijna vijf meter lange griezel. Toen heb ik maar besloten dat als DAT in de rivieren zit (en er zitten er veel!), dat ik er mij misschien toch niet meer in ga wagen… Brr!
En van daar naar Darwin, een aangename stad. Twee keer verwoest door een stevige orkaan en in de Tweede Wereldoorlog nog eens gebombardeerd door de Japanezen (op één dag was de stad helemaal in brokken). Veel hebben wij er niet van gemerkt. De State Library had wel van die ijzeren versterkingen achter de ramen, maar voor de rest is alles gewoon voor de zoveelste keer mooi heropgebouwd. Wij waren er op een donderdagavond, en dan is er net markt op Mindil Beach. Veel kraampjes met juwelen, kleren, zelfgemaakte dingen en eten (er was zelfs een kraampje met ‘You kill it, we grill it’, waar ze krokodil- en emoe- en kamelenvlees verkochten, zogezegd ‘roadkill’, maar dat betwijfel ik). Er was ook een artiest die alles kon met vuur. Gezellige avond!
Van Kakadu naar Uluru
Vanuit Darwin reden we naar Kakadu National Park, het bekendste Australische nationale park en tevens de setting van de alombekende Crocodile Dundee-film. Omdat we ineens 25 dollar per persoon moesten betalen, gewoon als toegangsprijs, hadden we er al wat minder zin in. Bovendien waren er nog heel veel wegen gesloten, waar de rivier nog over de baan liep, of waar er geen baan meer was na de allesmeesleurende stormen van het ‘Wet’. Maar we hebben er het beste van gemaakt (we hadden dan toch al betaald…) We bezochten Ubirr, een van de best bewaarde Aboriginal art-sites, en we wandelden door wetland, rainforest en ongeveer alles wat Kakadu op het moment te bieden had. We gingen ook gratis zwemmen in het zwembad van het resort dat midden in het park lag. Hihi :) Al bij al niet ons favoriete park, maar we zijn er dan toch eens geweest ;)
Na Kakadu kwam Uluru. We reden in enkele dagen naar Alice Springs, waar het ineens net niet vroor ‘s nachts. En waar we twee nieuwe voorbanden nodig hadden. Zucht. Maar we hebben dan ook wel al meer dan 28.000 kilometer afgelegd :) En dus deden we ook die vierhonderd kilometer naar Uluru/Ayers Rock zonder verpinken. Weer 25 dollar toegang per persoon, verdorie. We wandelden de zeven kilometer door Kata Tjuta en de tien kilometer rond Uluru in één dag en keken erna nog naar de zonsondergang die de bekendste steen van Australië felrood kleurde.
Van Uluru dan terug naar het noorden, naar de West MacDonnell Ranges (ten westen van Alice Springs). Toegegeven, dat was een van de mooiste zichten die we in een tijd gezien hadden. Beter dan Kakadu alleszins en stukken minder toeristisch dan Uluru. En we moesten geen toegang betalen, woehoew!
De Ranges waren ruig en wat de Australiërs ‘unspoilt’ noemen. We kampeerden er aan een gorge en werden gewekt door de huilende dingo’s die kwamen drinken aan het ‘waterhole’ dat tussen metershoge rotsbergen lag. Het zwarte water weerspiegelde die rood-groene bergen en je kon er uren slijten: zittend, wandelend, klauterend of zwemmend. We zagen er nog meer van die ‘gorges’ met water. Impressionant en heel erg de moeite, vonden we.
Naar Townsville
Intussen zijn we de Ranges uit en hebben we de verplichte 500 kilometer terug naar ‘boven’ afgelegd en zijn we aan Threeways de Barkly Highway gevolgd tot in Townsville. Onderweg hebben we onze eerste Belgen ontmoet, drie gasten uit Sint-Katelijne-Waver. We hebben al drie dagen samen gereisd. Veel gelachen, eten gedeeld, “wappelsap” gedronken en kampvuurkes gemaakt (‘t zijn ook drie scouten!). Intussen zijn we in Townsville, waar de zon schijnt en er, zoals overal al in Queensland, wegenwerken zijn. Morgen rijden we naar het zuiden, langs de kust.
Tot later!
donderdag 10 juni 2010
Van de Bays naar Broome
Vrijdagochtend 28 mei vertrokken we in Nanson met een zak vol fruit, een fles versgeperst fruitsap en een hoop sla en tomaat. Genoeg vitamientjes dus om tot gisteren toe te komen!
We reden van Nanson naar Kalbarri, waar we ineens weer moesten wennen aan de zon, en van daaruit naar Shark Bay. Het bekendste stadje daar in het meest westelijke punt van Australië is Monkey Mia, waar een kolonne dolfijnen dagelijks op bezoek komt. Wij waren een beetje te laat voor de dolfijnen, maar zagen wel prachtig water met heel veel zeegras (waar zeekoeien komen grazen!) en supermooie uitzichten vanop de kliffen.
Tegenwoordig slapen we meestal langs de baan omdat de bezienswaardige steden allemaal veel te dure caravanparken hebben en je er niet ‘wild’ mag kamperen. Na Shark Bay reden we door Carnarvon naar Coral Bay, een resort aan het turkooisblauwe water, waar je kan snorkelen op enkele tientallen meters in zee. Wij dus zwemgerief aan en duikbril opgediept en gaan “snorkelen”. Vermoeiend als je zo constant om adem moet gaan happen, maar alles onder water was zeker en vast “adembenemend” ;) Superveel minivisjes in alle kleuren en maten, zo’n meter onder je tussen de slavormige, roosvormige, dodetakkenvormige,… koralen. Dat vond zelfs ik - bang van de zee - heel heel tof!
Van Coral Bay reden we via het binnenland naar Karijini National Park - in de hitte - om er twee dagen boven en in de gorges rond te lopen. Van bovenaf zijn het donkerrode stenen in laagjes tot in de diepte, en als je erdoor loopt zie je overal groen, kleine watervalletjes en kleine oases : ) Vreet schoon!
Na Karijini stopten we nog even in Port Hedland voor wat inkopen voor we in een ruk naar Broome doorreden, met een kapotte airco… Nu zitten we dus sinds woensdag in Broome. We zijn al gaan zwemmen en hebben een parelwinkel ontdekt (ik natuurlijk in extase : )) en zijn gaan tweedehandsboekshoppen (we lezen te veel en te snel : )), hebben de zonsondergang gezien (en de kamelen met mensen die veel willen betalen om op zo’n stinkertje de zonsondergang te gaan bekijken),… Vandaag moeten we onze airco laten maken om dan in enkele dagen naar Darwin te rijden, met enkele stops in de Kimberley.
Hoe gaat alles daar intussen? Bijna verkiezingen!
Groetjes!
Tine en Tim
ps. ondertussen zijn we al in Darwin met maar 30 minuten internet dus de rest volgt later net als de foto's
We reden van Nanson naar Kalbarri, waar we ineens weer moesten wennen aan de zon, en van daaruit naar Shark Bay. Het bekendste stadje daar in het meest westelijke punt van Australië is Monkey Mia, waar een kolonne dolfijnen dagelijks op bezoek komt. Wij waren een beetje te laat voor de dolfijnen, maar zagen wel prachtig water met heel veel zeegras (waar zeekoeien komen grazen!) en supermooie uitzichten vanop de kliffen.
Tegenwoordig slapen we meestal langs de baan omdat de bezienswaardige steden allemaal veel te dure caravanparken hebben en je er niet ‘wild’ mag kamperen. Na Shark Bay reden we door Carnarvon naar Coral Bay, een resort aan het turkooisblauwe water, waar je kan snorkelen op enkele tientallen meters in zee. Wij dus zwemgerief aan en duikbril opgediept en gaan “snorkelen”. Vermoeiend als je zo constant om adem moet gaan happen, maar alles onder water was zeker en vast “adembenemend” ;) Superveel minivisjes in alle kleuren en maten, zo’n meter onder je tussen de slavormige, roosvormige, dodetakkenvormige,… koralen. Dat vond zelfs ik - bang van de zee - heel heel tof!
Van Coral Bay reden we via het binnenland naar Karijini National Park - in de hitte - om er twee dagen boven en in de gorges rond te lopen. Van bovenaf zijn het donkerrode stenen in laagjes tot in de diepte, en als je erdoor loopt zie je overal groen, kleine watervalletjes en kleine oases : ) Vreet schoon!
Na Karijini stopten we nog even in Port Hedland voor wat inkopen voor we in een ruk naar Broome doorreden, met een kapotte airco… Nu zitten we dus sinds woensdag in Broome. We zijn al gaan zwemmen en hebben een parelwinkel ontdekt (ik natuurlijk in extase : )) en zijn gaan tweedehandsboekshoppen (we lezen te veel en te snel : )), hebben de zonsondergang gezien (en de kamelen met mensen die veel willen betalen om op zo’n stinkertje de zonsondergang te gaan bekijken),… Vandaag moeten we onze airco laten maken om dan in enkele dagen naar Darwin te rijden, met enkele stops in de Kimberley.
Hoe gaat alles daar intussen? Bijna verkiezingen!
Groetjes!
Tine en Tim
ps. ondertussen zijn we al in Darwin met maar 30 minuten internet dus de rest volgt later net als de foto's
vrijdag 4 juni 2010
Pech
Had ik net een mooie lange blogpost getypt en hadden we net internet in Broome, is er toch wel geen usb-ingang aan de computer zeker?!
Ik post het later want opnieuw typen is nogal veel werk...
Tot in Darwin!
TnT
Ik post het later want opnieuw typen is nogal veel werk...
Tot in Darwin!
TnT
dinsdag 25 mei 2010
Roadtrippin'
Het kaartje onderaan onze blog is aangepast. Je moet behoorlijk uitzoomen om het een beetje te kunnen volgen, maar je zal snel merken dat we intussen een heel stuk verder zitten!
Groet
maandag 24 mei 2010
Wwoofing in the west
We zitten in de Chapman Valley, een dertigtal kilometer ten noordoosten van Geraldton, dat ook alweer vierhonderd kilometer boven Perth ligt.
Perth is klein en wel gezellig. We spendeerden er bijna twee dagen, vooral in de bieb (om onze computer te proberen herstellen, nu het virus eraf is. Maar het virus heeft voor Tim het weg kreeg enkele vitale Windowsfuncties uitgeschakeld, zoals geluid en internet. Voorlopig nog geen succes...).
Na Perth reden we naar het noorden. We stopten in The Pinnacles, een spectaculair gezicht. Overal in het zand staan er stenen pilaren in verschillende diktes en groottes, maar het geheel doet nogal mysterieus aan. Helaas was het zo ongeveer veertig graden en waren we er knal op de middag. 's Avonds moet het daar ongetwijfeld nog mooier zijn! Maar we waren er toch een beetje van onder de indruk anyway!
We reden via de zee (parallelweg van de grote snelweg) verder naar het noorden, maar we mochten nergens blijven slapen (1000 dollar boete, ranger patrols,..) dus moesten we maar blijven rijden. Uiteindelijk hebben we onze kampeerboek gevolgd naar een gratis slaapplaats in een natuurreservaat 70 kilometer landinwaarts, maar die plek bleek ineens ook 6.50 dollar per persoon te kosten! Dus honderd meter buiten het reservaat langs de kant van de gravelbaan ons kamp opgeslaan ;)
Daarna spendeerden we het weekend in Geraldton en maandag reden we naar onze wwoofplek in de Chapman Valley, dertig kilometer verderop. We lieten eindelijk eens onze post uit Sydney overkomen (dankudanku iedereen voor de brieven!).
Intussen zitten we hier twee weken. Onnodig dus om te zeggen dat we het hier tof vinden :) We hebben hier al: zaadjes geplant en intussen zien spruiten, guavas geplukt, citroenen en appelsienen en lemonadas en mandarijntjes gegeten (recht van de boom!), diezelfde fruitjes geperst tot we ongeveer duizend dozen vol hadden om in te vriezen, 81 kilogram olijven geplukt, de boomgaard bemest, verwonderd gekeken hoe iedereen hier uitgelaten reageert als het even regent, veeeeel ramen gekuist, de kippen verwend met veel eten en verlost van veel eieren, met Toby de kangoeroe en de 16-jarige Daisy (golden retriever) gaan wandelen, Daisy en haar 6-jarige kompaan Annie gewassen, geholpen in de weekends met 'Functions' die hier op de farm plaatsvinden (vorige week een seniorenlunch, dit weekend drie dagen vollenbak meditatie retraite, waarbij ik telkens hielp met de 'food preparations'), Tim heeft de remblokken en de olie van de auto vervangen, we hebben 800 kilogram wol geperst in een geel machien, we zagen al heel veel vogels (drie spelende wedge-tailed eagles!) en een gekko en een bobtailhagedis, we achtervolgden de schapen en hun miniminischattige lammetjes en voederden hen, Tim sleutelde aan een quad, een tractor en Sunny de kleine auto van de dochters en ontdeed een paar bomen langs de baan van hun takken, we zijn na bijna acht maand in Australie voor het eerst weer op een fiets gekropen om direct een bergske op te rijden, en nog vanalles waar ik nu even niet meer aan denk. Veel werk dus maar ook veel plezier :)
Donderdag zijn we met Phil, onze wwoofhost, gaan kamperen in Oakajee. We lieten de banden van de 4x4 een beetje af om het strand op te rijden (woehoeee!) en eindigden een vijftal kilometer verder, door de duinen en langs het strand. We kampeerden bovenop een duin, van waar we naar de zonsondergang konden kijken met een pintje, maakten eten op het kampvuur en sliepen in 'swags', Australische 'slaapzaktenten' met een waterdicht omhulsel waarbij je dus gewoon onder de sterren slaapt.
Komende donderdag of vrijdag vertrekken we hier en rijden we weer verder naar het noorden, via Shark Bay naar Karajini National Park en The Kimberley.
Veel liefs!
Tine - en Tim ook natuurlijk

* The Pinnacles

* Tim de herder

* Olijven plukken

* Met de 4x4 door het zand

* De zonsondergang in Oakajee

* De compagnie (Tim, Tine, Paul, Phil en Annie de Kelpie)
Perth is klein en wel gezellig. We spendeerden er bijna twee dagen, vooral in de bieb (om onze computer te proberen herstellen, nu het virus eraf is. Maar het virus heeft voor Tim het weg kreeg enkele vitale Windowsfuncties uitgeschakeld, zoals geluid en internet. Voorlopig nog geen succes...).
Na Perth reden we naar het noorden. We stopten in The Pinnacles, een spectaculair gezicht. Overal in het zand staan er stenen pilaren in verschillende diktes en groottes, maar het geheel doet nogal mysterieus aan. Helaas was het zo ongeveer veertig graden en waren we er knal op de middag. 's Avonds moet het daar ongetwijfeld nog mooier zijn! Maar we waren er toch een beetje van onder de indruk anyway!
We reden via de zee (parallelweg van de grote snelweg) verder naar het noorden, maar we mochten nergens blijven slapen (1000 dollar boete, ranger patrols,..) dus moesten we maar blijven rijden. Uiteindelijk hebben we onze kampeerboek gevolgd naar een gratis slaapplaats in een natuurreservaat 70 kilometer landinwaarts, maar die plek bleek ineens ook 6.50 dollar per persoon te kosten! Dus honderd meter buiten het reservaat langs de kant van de gravelbaan ons kamp opgeslaan ;)
Daarna spendeerden we het weekend in Geraldton en maandag reden we naar onze wwoofplek in de Chapman Valley, dertig kilometer verderop. We lieten eindelijk eens onze post uit Sydney overkomen (dankudanku iedereen voor de brieven!).
Intussen zitten we hier twee weken. Onnodig dus om te zeggen dat we het hier tof vinden :) We hebben hier al: zaadjes geplant en intussen zien spruiten, guavas geplukt, citroenen en appelsienen en lemonadas en mandarijntjes gegeten (recht van de boom!), diezelfde fruitjes geperst tot we ongeveer duizend dozen vol hadden om in te vriezen, 81 kilogram olijven geplukt, de boomgaard bemest, verwonderd gekeken hoe iedereen hier uitgelaten reageert als het even regent, veeeeel ramen gekuist, de kippen verwend met veel eten en verlost van veel eieren, met Toby de kangoeroe en de 16-jarige Daisy (golden retriever) gaan wandelen, Daisy en haar 6-jarige kompaan Annie gewassen, geholpen in de weekends met 'Functions' die hier op de farm plaatsvinden (vorige week een seniorenlunch, dit weekend drie dagen vollenbak meditatie retraite, waarbij ik telkens hielp met de 'food preparations'), Tim heeft de remblokken en de olie van de auto vervangen, we hebben 800 kilogram wol geperst in een geel machien, we zagen al heel veel vogels (drie spelende wedge-tailed eagles!) en een gekko en een bobtailhagedis, we achtervolgden de schapen en hun miniminischattige lammetjes en voederden hen, Tim sleutelde aan een quad, een tractor en Sunny de kleine auto van de dochters en ontdeed een paar bomen langs de baan van hun takken, we zijn na bijna acht maand in Australie voor het eerst weer op een fiets gekropen om direct een bergske op te rijden, en nog vanalles waar ik nu even niet meer aan denk. Veel werk dus maar ook veel plezier :)
Donderdag zijn we met Phil, onze wwoofhost, gaan kamperen in Oakajee. We lieten de banden van de 4x4 een beetje af om het strand op te rijden (woehoeee!) en eindigden een vijftal kilometer verder, door de duinen en langs het strand. We kampeerden bovenop een duin, van waar we naar de zonsondergang konden kijken met een pintje, maakten eten op het kampvuur en sliepen in 'swags', Australische 'slaapzaktenten' met een waterdicht omhulsel waarbij je dus gewoon onder de sterren slaapt.
Komende donderdag of vrijdag vertrekken we hier en rijden we weer verder naar het noorden, via Shark Bay naar Karajini National Park en The Kimberley.
Veel liefs!
Tine - en Tim ook natuurlijk

* The Pinnacles

* Tim de herder

* Olijven plukken

* Met de 4x4 door het zand

* De zonsondergang in Oakajee

* De compagnie (Tim, Tine, Paul, Phil en Annie de Kelpie)
donderdag 6 mei 2010
Zee, zalm en zonsondergang
De Nullarbor Plain. Dat was onze volgende uitdaging. Toen we uit Kimba vertrokken, reden we naar de Gawler Ranges (waar het uitzicht wel mooi was maar waar we niet overal naartoe konden omdat onze auto geen vierwielaandrijving heeft...) en van daaruit recht naar beneden in Eyre Peninsula, van waar we langs de westkust weer naar 'boven' reden. Prachtige zonsondergangen, daar. En enkele van de allermooiste kampeerplekken van onze hele reis! Zoals net naast de zee, onder de sterren, terwijl ik het laatste restje van de zonsondergang kon zien uit mijn 'bed'. Wat wil een mens nog meer :)?
Maar toen moesten we dus aan die Nullarbor beginnen, vanuit Ceduna. Nullarbor is slecht Latijn voor 'geen boom' en een goede beschrijving van het landschap. Plat, vol droge struiken en vooral: kiiiiiiiiiiiiiiilometers lang. Meer dan 1200. Een deeltje ervan omvatte de langste rechte straat in Australië, maar liefst 150 kilometer krak rechtdoor. En Tim die deed dat allemaal maar gewoon :) In nog geen twee dagen stonden we in Norseman, een oude goudstad en de eerste West-Australische vorm van beschaving op onze weg.
Langs de Nullarbor zagen we wel enkele zotte wedge-tailed eagles. Grote arenden met een vleugelspan van meer dan twee meter. Die zitten dan een beetje kwaad te kijken op de baan, terwijl ze aan stukken dode kangoeroe zitten te trekken en sleuren tot er een brok loskomt om te verorberen. Eentje was zelfs zo zelfzeker dat hij niet wegvloog bij de minste beweging, en hij liet de auto's in een bocht rond hem rijden. En dus zat ik ineens oog in oog met zo'n woeste vogel die met zijn kop ruim boven het raampje kwam, zelfs al zat hij op de grond naast de dode roe. Machtig :)
Afin. Vanuit Norseman reden we naar Esperance, voor wie het nog volgt op de kaart. Da's een vissersdorp in het zuiden van de grootste staat van Australië. Er was een nationaal park in de buurt dat volgens mijn Rough Guide zeker de moeite waard was, dus wij daar naartoe. Bosbranden onderweg, maar daar geraken we hier in West-Australië stilaan aan gewend. En mijn boek had niet gelogen: Cape Le Grand nationaal park is intussen gebombardeerd tot een van mijn favoriete parken en ook Tim vond het er echt mooi.
Het is een peninsula, dus overal rondom ons was er strand met fijn, wit zand en woeste golven, turkoois water en hemelse zonsop- en ondergangen.
We beklommen de rots-berg Frenchman's Peak, die er van op afstand uitzag als een pinnemuts :) (omdat er een rots over een gigantisch groot gat hing op de top van de berg) en we wandelden op alle mooie stranden in het park. Tim kreeg er een stuk versgevangen vis van een taxichauffeur die zijn weekends in het park spendeert, al vissend. In nog geen half uur tijd had hij geloof ik vijf of zes dikke zalmen gevangen, en hij nodigde iedereen die (zoals ik) nieuwsgierig stond te kijken uit om ook eens een lijntje te gooien. Ikzelf had geen interesse om een dikke vis te vangen en het dan veel te zielig te vinden dat hij zou doodgaan, dus ik liet het over aan het gezin naast mij :)
De vader had in nog geen minuut een zalm vast, en ook bij zijn zoon duurde het niet lang. Zodra de lijn in het water landde, zag je de gigazalmen zo naar de oppervlakte zwemmen. Miljooooenen, ongetwijfeld ;)
En volgens Tim was het de beste vis die hij ooit had gegeten!
Daarna reden we naar de Stirling Ranges, een ander nationaal park op onze weg naar Albany (we hebben een parkpas voor vier weken, we kunnen er maar beter gebruik van maken ;)). Daar beklommen we de Bluff Knoll, alleen al om zijn grappige naam :). Vermoeiende klim omhoog (de berg was meer dan duizend meter hoog - da's al wat naar Aussie normen). Vanop de top zagen we alle bergen errond, gehuld in een lichte mist, wat er erg mysterieus en voor ons Tasmaans uitzag. De afdaling ging wel snel :)
In Albany vonden we nog een gratis douche (hoera! campinggeld uitgespaard!) voor we doorreden langs de zuidkust. Naar Denmark, Walpole en dan meer naar het noorden, waar Tim een 52-meter hoge brand-lookout-boom in kroop en waar we voor de tweede avond op rij dezelfde mensen zagen op de plek waar wij planden te overnachten (ze hadden dezelfde campingboek :)). En dus voor de tweede avond op rij zitten babbelen bij een gezellig vuur! Zij is een Nederlandse, blij nog eens 'Dutch' te kunnen praten. Ze woont en reist rond Australie met haar Nieuw-Zeelandse vriend. Twee toffe avonden!
Vanuit Manjimup reden we naar het zuidwestelijkste punt van de staat, Augusta, waar eigenlijk niet veel te zien was :) en dan richting Perth, waar we nu in de bieb zitten (met een hatelijk internetsysteem). Morgen of overmorgen rijden we verder naar het noorden en ergens in de komende weken zullen we nog eens wwoofen (en foto's zoeken voor de blog!).
Veel liefs!
Tine
PS: het uurverschil is hier weer anders in West-Australie. Nu is er nog maar zes uur verschil. Acht uur 's ochtends bij jullie is nu bij ons twee uur 's nachts.
Maar toen moesten we dus aan die Nullarbor beginnen, vanuit Ceduna. Nullarbor is slecht Latijn voor 'geen boom' en een goede beschrijving van het landschap. Plat, vol droge struiken en vooral: kiiiiiiiiiiiiiiilometers lang. Meer dan 1200. Een deeltje ervan omvatte de langste rechte straat in Australië, maar liefst 150 kilometer krak rechtdoor. En Tim die deed dat allemaal maar gewoon :) In nog geen twee dagen stonden we in Norseman, een oude goudstad en de eerste West-Australische vorm van beschaving op onze weg.
Langs de Nullarbor zagen we wel enkele zotte wedge-tailed eagles. Grote arenden met een vleugelspan van meer dan twee meter. Die zitten dan een beetje kwaad te kijken op de baan, terwijl ze aan stukken dode kangoeroe zitten te trekken en sleuren tot er een brok loskomt om te verorberen. Eentje was zelfs zo zelfzeker dat hij niet wegvloog bij de minste beweging, en hij liet de auto's in een bocht rond hem rijden. En dus zat ik ineens oog in oog met zo'n woeste vogel die met zijn kop ruim boven het raampje kwam, zelfs al zat hij op de grond naast de dode roe. Machtig :)
Afin. Vanuit Norseman reden we naar Esperance, voor wie het nog volgt op de kaart. Da's een vissersdorp in het zuiden van de grootste staat van Australië. Er was een nationaal park in de buurt dat volgens mijn Rough Guide zeker de moeite waard was, dus wij daar naartoe. Bosbranden onderweg, maar daar geraken we hier in West-Australië stilaan aan gewend. En mijn boek had niet gelogen: Cape Le Grand nationaal park is intussen gebombardeerd tot een van mijn favoriete parken en ook Tim vond het er echt mooi.
Het is een peninsula, dus overal rondom ons was er strand met fijn, wit zand en woeste golven, turkoois water en hemelse zonsop- en ondergangen.
We beklommen de rots-berg Frenchman's Peak, die er van op afstand uitzag als een pinnemuts :) (omdat er een rots over een gigantisch groot gat hing op de top van de berg) en we wandelden op alle mooie stranden in het park. Tim kreeg er een stuk versgevangen vis van een taxichauffeur die zijn weekends in het park spendeert, al vissend. In nog geen half uur tijd had hij geloof ik vijf of zes dikke zalmen gevangen, en hij nodigde iedereen die (zoals ik) nieuwsgierig stond te kijken uit om ook eens een lijntje te gooien. Ikzelf had geen interesse om een dikke vis te vangen en het dan veel te zielig te vinden dat hij zou doodgaan, dus ik liet het over aan het gezin naast mij :)
De vader had in nog geen minuut een zalm vast, en ook bij zijn zoon duurde het niet lang. Zodra de lijn in het water landde, zag je de gigazalmen zo naar de oppervlakte zwemmen. Miljooooenen, ongetwijfeld ;)
En volgens Tim was het de beste vis die hij ooit had gegeten!
Daarna reden we naar de Stirling Ranges, een ander nationaal park op onze weg naar Albany (we hebben een parkpas voor vier weken, we kunnen er maar beter gebruik van maken ;)). Daar beklommen we de Bluff Knoll, alleen al om zijn grappige naam :). Vermoeiende klim omhoog (de berg was meer dan duizend meter hoog - da's al wat naar Aussie normen). Vanop de top zagen we alle bergen errond, gehuld in een lichte mist, wat er erg mysterieus en voor ons Tasmaans uitzag. De afdaling ging wel snel :)
In Albany vonden we nog een gratis douche (hoera! campinggeld uitgespaard!) voor we doorreden langs de zuidkust. Naar Denmark, Walpole en dan meer naar het noorden, waar Tim een 52-meter hoge brand-lookout-boom in kroop en waar we voor de tweede avond op rij dezelfde mensen zagen op de plek waar wij planden te overnachten (ze hadden dezelfde campingboek :)). En dus voor de tweede avond op rij zitten babbelen bij een gezellig vuur! Zij is een Nederlandse, blij nog eens 'Dutch' te kunnen praten. Ze woont en reist rond Australie met haar Nieuw-Zeelandse vriend. Twee toffe avonden!
Vanuit Manjimup reden we naar het zuidwestelijkste punt van de staat, Augusta, waar eigenlijk niet veel te zien was :) en dan richting Perth, waar we nu in de bieb zitten (met een hatelijk internetsysteem). Morgen of overmorgen rijden we verder naar het noorden en ergens in de komende weken zullen we nog eens wwoofen (en foto's zoeken voor de blog!).
Veel liefs!
Tine
PS: het uurverschil is hier weer anders in West-Australie. Nu is er nog maar zes uur verschil. Acht uur 's ochtends bij jullie is nu bij ons twee uur 's nachts.
Abonneren op:
Posts (Atom)