maandag 24 mei 2010

Wwoofing in the west

We zitten in de Chapman Valley, een dertigtal kilometer ten noordoosten van Geraldton, dat ook alweer vierhonderd kilometer boven Perth ligt.

Perth is klein en wel gezellig. We spendeerden er bijna twee dagen, vooral in de bieb (om onze computer te proberen herstellen, nu het virus eraf is. Maar het virus heeft voor Tim het weg kreeg enkele vitale Windowsfuncties uitgeschakeld, zoals geluid en internet. Voorlopig nog geen succes...).

Na Perth reden we naar het noorden. We stopten in The Pinnacles, een spectaculair gezicht. Overal in het zand staan er stenen pilaren in verschillende diktes en groottes, maar het geheel doet nogal mysterieus aan. Helaas was het zo ongeveer veertig graden en waren we er knal op de middag. 's Avonds moet het daar ongetwijfeld nog mooier zijn! Maar we waren er toch een beetje van onder de indruk anyway!

We reden via de zee (parallelweg van de grote snelweg) verder naar het noorden, maar we mochten nergens blijven slapen (1000 dollar boete, ranger patrols,..) dus moesten we maar blijven rijden. Uiteindelijk hebben we onze kampeerboek gevolgd naar een gratis slaapplaats in een natuurreservaat 70 kilometer landinwaarts, maar die plek bleek ineens ook 6.50 dollar per persoon te kosten! Dus honderd meter buiten het reservaat langs de kant van de gravelbaan ons kamp opgeslaan ;)

Daarna spendeerden we het weekend in Geraldton en maandag reden we naar onze wwoofplek in de Chapman Valley, dertig kilometer verderop. We lieten eindelijk eens onze post uit Sydney overkomen (dankudanku iedereen voor de brieven!).

Intussen zitten we hier twee weken. Onnodig dus om te zeggen dat we het hier tof vinden :) We hebben hier al: zaadjes geplant en intussen zien spruiten, guavas geplukt, citroenen en appelsienen en lemonadas en mandarijntjes gegeten (recht van de boom!), diezelfde fruitjes geperst tot we ongeveer duizend dozen vol hadden om in te vriezen, 81 kilogram olijven geplukt, de boomgaard bemest, verwonderd gekeken hoe iedereen hier uitgelaten reageert als het even regent, veeeeel ramen gekuist, de kippen verwend met veel eten en verlost van veel eieren, met Toby de kangoeroe en de 16-jarige Daisy (golden retriever) gaan wandelen, Daisy en haar 6-jarige kompaan Annie gewassen, geholpen in de weekends met 'Functions' die hier op de farm plaatsvinden (vorige week een seniorenlunch, dit weekend drie dagen vollenbak meditatie retraite, waarbij ik telkens hielp met de 'food preparations'), Tim heeft de remblokken en de olie van de auto vervangen, we hebben 800 kilogram wol geperst in een geel machien, we zagen al heel veel vogels (drie spelende wedge-tailed eagles!) en een gekko en een bobtailhagedis, we achtervolgden de schapen en hun miniminischattige lammetjes en voederden hen, Tim sleutelde aan een quad, een tractor en Sunny de kleine auto van de dochters en ontdeed een paar bomen langs de baan van hun takken, we zijn na bijna acht maand in Australie voor het eerst weer op een fiets gekropen om direct een bergske op te rijden, en nog vanalles waar ik nu even niet meer aan denk. Veel werk dus maar ook veel plezier :)

Donderdag zijn we met Phil, onze wwoofhost, gaan kamperen in Oakajee. We lieten de banden van de 4x4 een beetje af om het strand op te rijden (woehoeee!) en eindigden een vijftal kilometer verder, door de duinen en langs het strand. We kampeerden bovenop een duin, van waar we naar de zonsondergang konden kijken met een pintje, maakten eten op het kampvuur en sliepen in 'swags', Australische 'slaapzaktenten' met een waterdicht omhulsel waarbij je dus gewoon onder de sterren slaapt.

Komende donderdag of vrijdag vertrekken we hier en rijden we weer verder naar het noorden, via Shark Bay naar Karajini National Park en The Kimberley.

Veel liefs!

Tine - en Tim ook natuurlijk


* The Pinnacles


* Tim de herder


* Olijven plukken


* Met de 4x4 door het zand


* De zonsondergang in Oakajee


* De compagnie (Tim, Tine, Paul, Phil en Annie de Kelpie)

donderdag 6 mei 2010

Zee, zalm en zonsondergang

De Nullarbor Plain. Dat was onze volgende uitdaging. Toen we uit Kimba vertrokken, reden we naar de Gawler Ranges (waar het uitzicht wel mooi was maar waar we niet overal naartoe konden omdat onze auto geen vierwielaandrijving heeft...) en van daaruit recht naar beneden in Eyre Peninsula, van waar we langs de westkust weer naar 'boven' reden. Prachtige zonsondergangen, daar. En enkele van de allermooiste kampeerplekken van onze hele reis! Zoals net naast de zee, onder de sterren, terwijl ik het laatste restje van de zonsondergang kon zien uit mijn 'bed'. Wat wil een mens nog meer :)?
Maar toen moesten we dus aan die Nullarbor beginnen, vanuit Ceduna. Nullarbor is slecht Latijn voor 'geen boom' en een goede beschrijving van het landschap. Plat, vol droge struiken en vooral: kiiiiiiiiiiiiiiilometers lang. Meer dan 1200. Een deeltje ervan omvatte de langste rechte straat in Australië, maar liefst 150 kilometer krak rechtdoor. En Tim die deed dat allemaal maar gewoon :) In nog geen twee dagen stonden we in Norseman, een oude goudstad en de eerste West-Australische vorm van beschaving op onze weg.

Langs de Nullarbor zagen we wel enkele zotte wedge-tailed eagles. Grote arenden met een vleugelspan van meer dan twee meter. Die zitten dan een beetje kwaad te kijken op de baan, terwijl ze aan stukken dode kangoeroe zitten te trekken en sleuren tot er een brok loskomt om te verorberen. Eentje was zelfs zo zelfzeker dat hij niet wegvloog bij de minste beweging, en hij liet de auto's in een bocht rond hem rijden. En dus zat ik ineens oog in oog met zo'n woeste vogel die met zijn kop ruim boven het raampje kwam, zelfs al zat hij op de grond naast de dode roe. Machtig :)

Afin. Vanuit Norseman reden we naar Esperance, voor wie het nog volgt op de kaart. Da's een vissersdorp in het zuiden van de grootste staat van Australië. Er was een nationaal park in de buurt dat volgens mijn Rough Guide zeker de moeite waard was, dus wij daar naartoe. Bosbranden onderweg, maar daar geraken we hier in West-Australië stilaan aan gewend. En mijn boek had niet gelogen: Cape Le Grand nationaal park is intussen gebombardeerd tot een van mijn favoriete parken en ook Tim vond het er echt mooi.
Het is een peninsula, dus overal rondom ons was er strand met fijn, wit zand en woeste golven, turkoois water en hemelse zonsop- en ondergangen.
We beklommen de rots-berg Frenchman's Peak, die er van op afstand uitzag als een pinnemuts :) (omdat er een rots over een gigantisch groot gat hing op de top van de berg) en we wandelden op alle mooie stranden in het park. Tim kreeg er een stuk versgevangen vis van een taxichauffeur die zijn weekends in het park spendeert, al vissend. In nog geen half uur tijd had hij geloof ik vijf of zes dikke zalmen gevangen, en hij nodigde iedereen die (zoals ik) nieuwsgierig stond te kijken uit om ook eens een lijntje te gooien. Ikzelf had geen interesse om een dikke vis te vangen en het dan veel te zielig te vinden dat hij zou doodgaan, dus ik liet het over aan het gezin naast mij :)
De vader had in nog geen minuut een zalm vast, en ook bij zijn zoon duurde het niet lang. Zodra de lijn in het water landde, zag je de gigazalmen zo naar de oppervlakte zwemmen. Miljooooenen, ongetwijfeld ;)
En volgens Tim was het de beste vis die hij ooit had gegeten!

Daarna reden we naar de Stirling Ranges, een ander nationaal park op onze weg naar Albany (we hebben een parkpas voor vier weken, we kunnen er maar beter gebruik van maken ;)). Daar beklommen we de Bluff Knoll, alleen al om zijn grappige naam :). Vermoeiende klim omhoog (de berg was meer dan duizend meter hoog - da's al wat naar Aussie normen). Vanop de top zagen we alle bergen errond, gehuld in een lichte mist, wat er erg mysterieus en voor ons Tasmaans uitzag. De afdaling ging wel snel :)

In Albany vonden we nog een gratis douche (hoera! campinggeld uitgespaard!) voor we doorreden langs de zuidkust. Naar Denmark, Walpole en dan meer naar het noorden, waar Tim een 52-meter hoge brand-lookout-boom in kroop en waar we voor de tweede avond op rij dezelfde mensen zagen op de plek waar wij planden te overnachten (ze hadden dezelfde campingboek :)). En dus voor de tweede avond op rij zitten babbelen bij een gezellig vuur! Zij is een Nederlandse, blij nog eens 'Dutch' te kunnen praten. Ze woont en reist rond Australie met haar Nieuw-Zeelandse vriend. Twee toffe avonden!

Vanuit Manjimup reden we naar het zuidwestelijkste punt van de staat, Augusta, waar eigenlijk niet veel te zien was :) en dan richting Perth, waar we nu in de bieb zitten (met een hatelijk internetsysteem). Morgen of overmorgen rijden we verder naar het noorden en ergens in de komende weken zullen we nog eens wwoofen (en foto's zoeken voor de blog!).

Veel liefs!

Tine

PS: het uurverschil is hier weer anders in West-Australie. Nu is er nog maar zes uur verschil. Acht uur 's ochtends bij jullie is nu bij ons twee uur 's nachts.

vrijdag 23 april 2010

Wijzerzin

Drie dagen en 450 kilometer later...
We zijn sinds woensdag in Kimba beland, op een grote boerderij. Woensdagochtend kregen we groen licht van de wwoofers: we mochten die dag nog arriveren, maar we konden wellicht maar enkele dagen blijven. Veel was er onderweg toch niet te zien, dus reden we de hele dag. Voortaan liggen alle steden en dorpjes heel wat verder uit elkaar en is er steeds minder verschillends te zien onderweg, dus zullen we meer tijd in de auto spenderen.

Het werd wel betrekkelijk warmer hoe verder we reden, en we hadden de voorbije twee dagen temperaturen van boven de dertig. Wel even aanpassen, na die kille dagen en vooral nachten in Tasmanië!

Hier op onze wwoof-plek gaat Tim mee met de mannen op het veld werken (koolzaad zaaien) en ik help een beetje in het huishouden. Niet veel spectaculairs, maar we zijn wel blij dat we tussen onze wwoof-uren door eindelijk wat kleren kunnen wassen, de Belgische situatie eens kunnen checken (en snel besluiten dat het daar nog steeds een boeltje is), alle gsm's en andere toestanden kunnen opladen, onze mail eens lezen in de plaats van vluchtig te scannen, niet hoeven te betalen voor eten en een douche,... :)

Morgenochtend vertrekken we hier weer omdat onze wwoof-hosts familie op bezoek krijgen. Dan rijden we langs de kust van Eyre Peninsula richting het westen (Perth) - in wijzerzin rond Australië!
Zodra we internet vinden, hoor je meer van ons!

Groet,

Tine

dinsdag 20 april 2010

Tussen Tasmanië en Adelaide

We hadden geluk. Na twee dagen op de wachtlijst hadden ze toch nog een plaatsje gevonden voor ons en de auto op de ferry terug naar Melbourne. En dus moesten we niet tot 2 mei wachten :) Wij dus heel blij de boot op! Deze keer moesten we de nachtboot nemen omdat de andere afgeschaft is na Pasen. We vertrokken rond half acht, ik was de hele nacht stevig misselijk en we arriveerden in Melbourne om half zeven 's ochtends.

Van daaruit zijn we naar Bendigo gereden, een voormalige goudstad boven Melbourne. Er stonden reusachtige gebouwen, allemaal gebouwd in de welvarende gouden tijden :) Vanuit Bendigo zijn we naar Maldon gegaan, waar we de rest van de namiddag gewoon uitgerust hebben op een zanderige kampeerplek net buiten het stadje. Geen goud te vinden, helaas :) maar wel schone gebouwen, een oud treinstation met een nog werkende stoomtrein, de overblijfselen van de goudmijnen en dat alles in de rustige sfeer van wat ooit een welvarende stad was en nu nog hooguit een dorp.

's Anderendaags zijn we via de andere grote goudstad, Ballarat, terug naar de kust gereden om er te beginnen aan de wereldberoemde Great Ocean Road. Schitterende uitzichten, woeste golven, stranden vol ruige rotsen en een tamelijk gevaarlijke baan die tussen kust en bergen slingert. We stopten zo ongeveer alle tien minuten aan een lookout en hebben heel veel foto's gemaakt :) Telkens was het uitzicht een beetje anders. Aan het zogenaamde hoogtepunt van de Great Ocean Road, de Twaalf Apostels, hebben we niet te veel tijd besteed want daar liep het vol met toeristen, maar de hele weg was zeker weten de moeite waard. Het is moeilijk om het te beschrijven in woorden, dus zullen we gewoon enkele foto's posten (later...) :)

Na de Great Ocean Road, waar we nog geen twee dagen over gereden hebben (400 kilometer), reden we verder langs de kust naar de grens met South Australia. Daar moesten we al ons fruit en groenten weggooien uit quarantaine-overwegingen :( De weg was niet meer zo bijzonder, en er was niet veel bijzonders onderweg om voor te stoppen, maar we zagen het landschap wel veranderen - van groene natuurparken naar droge velden vol koeien en schapen - naarmate we verder de 'droogste staat van Australië' inreden.

Nu zitten we in Adelaide, 'de stad van de kerken', waar het weer ons weer wat beter gezind is. We spenderen hier nog een dag tussen het gratis internet en de goedkopere restaurants (nog eens uit eten!!) voor we hopelijk naar een wwoof-plek kunnen. Wordt vervolgd!

Gegroet!

Tine

maandag 12 april 2010

Van de far west naar de oostkust

We hebben al eeuwen geen verslag meer uitgebracht van onze avonturen, daarom komt er nu een behoorlijk lang stuk, maar wie geen geduld heeft voor het hele verhaal, is hier de samenvatting: we zijn nog altijd content, moeten nog steeds heel zuinig zijn maar hebben al veel vreet schone dingen gezien :)

Cradle Mountain
Toen we onze laatste WWOOF-plek achterlieten, zijn we diezelfde dag nog Cradle Mountain opgeklommen in het gelijknamig nationaal park. Vertrokken van Dove Lake, aan de voet van de berg, zijn we naar de Cradle zelf gestapt via een steil pad en nog wat meren op verschillende hoogtes. Het laatste stuk ging gewoon bijna loodrecht omhoog, en je moest er van rots naar rots klauteren en tegelijkertijd je rugzak en losse ledematen in de gaten houden zodat ze geen meter naar beneden tussen de rotsblokken vielen. Een hels karwei, eerlijk gezegd. Mijn knieën vonden het geen aangename beproeving en mijn lief is als een berggeit die met veel schwung en plezier naar boven klautert, dus het vergde wel wat van mijn doorzettingsvermogen. En dan, natuurlijk, bovenop de berg: mist, koud en zichtbaarheidsgraad nul noppes… (Zo gaat het nu eens altijd als wij een berg beklimmen :)) Maar ineens klaarde het op en zagen we 360 graden rond ons: meren, velden, meer bergen, wegjes en de rest van het gigantische nationale park. Ik had dus iets meer moed om naar beneden te geraken :) Bovendien hadden we van onze WWOOF-gastvrouw nog enkele typisch Australische Hot Cross Buns gekregen, die ze hier eten rond Pasen, en die deden mij ook ietsiepietsie sneller gaan. In totaal hebben we wel meer dan acht uur gewandeld, geklommen, bewonderd en afgezien maar Cradle Mountain is een aanrader!


Verschrikkelijk lelijk

Omdat we dan toch ongeveer aan de westkust waren, zijn we er maar helemaal naartoe gereden. Via Queenstown, een stadje dat volgens mijn Rough Guide alleen maar bezienswaardig is omdat het zo ‘hideously ugly’ is. Natuurlijk moesten we dat zien! Kale bergen, en een compleet verwoest landschap als gevolg van menselijke – vooral mijnbouw – activiteit. Schrijnend, eigenlijk, als je weet dat het nog tussen vier- en vijfhonderd jaar kan duren voor de natuur er weer de oude is… Daarna reden we naar Strahan, het ‘laatste’ echte stadje dat vlak aan de westkust ligt (onder Strahan is er enkel nog nationaal park). Veel te toeristisch naar onze zin, maar ze hadden er wel iets met Huon Pine (je vindt er geen enkel levend exemplaar meer in de nabije omgeving, enkel nog bewerkt tot klok, slaschaal of salontafel). Huon Pine is de tweede oudste boom ter wereld (kan tot tienduizend jaar oud worden!) en komt enkel in Tasmanië voor.

Vanuit Strahan zijn we naar Hobart gereden, met enkele stops onderweg. We reden door ‘world heritage area’ en waren omringd door dichte bossen, veel groen en bergen. Dus stopten we aan enkele watervallen en de bekende Franklinrivier, waar in de jaren tachtig door milieuactivisten sterk om gevochten en voor geprotesteerd werd. Na de groene bossen – in sommige heeft voor zover men weet nog nooit iemand een voet gezet – kwamen de gouden velden vol schapen en met hier en daar een boom, terwijl we dichter en dichter bij Hobart kwamen.

Goede Vrijdag in Hobart
Hobart is de grootste stad van Tasmanië, maar het is niet eens groter dan Gent. Gezellig, dat wel. De dag dat we arriveerden was helaas Goede Vrijdag, een zeer belangrijke feestdag blijkbaar in Australië. Alle winkels, musea en zelfs cafés waren gesloten (verboden alcohol te serveren op GV). Dus zat er niet veel op en zijn we – na een wandelingetje door de Botanical Gardens en door de lege en dode stad – naar Felicity gereden, het meisje dat we leerden kennen op het vliegtuig. Zij woont zo’n dertig kilometer van Hobart, in Ranelagh, en was heel blij toen we haar contacteerden. Samen pizza gegeten (dat was ééuwen geleden!) en een film gekeken (het voelde wel een beetje raar om in een sofa in een huis doodgewoon tv te kijken, na al die maanden). ’s Anderdaags zijn we naar de Salamanca Markets getrokken in Hobart, wat ik wel tof vond maar waar zowel Tim als Felicity het heel snel op hun heupen kregen :) Nog even binnengewipt in het Tasmaanse museum, waar ik vooral geïntrigeerd was door het deel over de Tasmaanse tijger (thylacine), een uitgestorven verklaard beest dat hier toch nog tamelijk vaak gespot wordt maar waar niemand sinds 1936 (toen de laatste stierf in gevangenschap in de Hobartse zoo) echt een bewijs van heeft. Die nacht sliepen we op een heel idyllische plek ergens op het einde van een dirt road onder miljoooenen sterren die reflecteerden in de waterplassen, overal waar je kon kijken.

Demonsland
Zondagochtend. Pasen. Voor ons niets speciaals. We reden naar het Tasman Peninsula, niet zo ver van Hobart, waar we ons een hele dag in de oude convictruïnes en bijhorende geschiedenis onderdompelden. Port Arthur, het grootste maar gerestaureerde stuk, was veel te duur, dus zijn we zelf op convict-toer gegaan door het eiland en hebben we minstens even waardevolle plekken ontdekt. We bezochten een oude mijn en konden er nog heel echt in de isolatiecellen kruipen, allemaal uit de tijd dat Tasmanië nog Van Diemensland heette, ook wel Demonsland genoemd door de convicts.

Tasmaanse duivels!
Omdat Paasmaandag ook een feestdag is, konden we nog niet echt terug naar Hobart en dus besloten we de Tasmanian Devil Conservation Area te bezoeken. We dachten dat we alle shows gemist hadden, maar blijkbaar was het uur veranderd :) (Voortaan is het maar acht uur verschil meer met België, acht uur ’s morgens bij jullie is hier vier uur in de namiddag). We zagen hoe de duivels werden gevoed (hun bijtkracht is vijf keer sterker dan die van een hond, en dus zaten ze daar moeiteloos stukken bot fijn te kauwen). Deze hadden geen gezichtskanker en we konden ze van heel dichtbij bekijken. Trage beesten, dat wel. En niet zo slim. Maar je ziet ze nog maar amper in het wild, dus dit was onze enige kans om er te spotten. We zagen ook een soort vogelshow en quolls (ook vleesetende Tasmaanse inwoners die we nog niet in het wild hadden gezien), er zaten enkele gigaaaantische roofvogels (die worden opgevangen als ze bijvoorbeeld aangereden zijn door een auto of in de elektriciteitsdraden bleven hangen. Als ze genezen zijn, worden ze weer losgelaten) en we mochten helemaal zelf kangoeroes, wallabies en pademelons voederen! De meesten zitten in het park omdat hun moeders overreden zijn en werden met de papfles grootgebracht, en zijn dus heel tam.

Omdat het uur veranderd is, is het nu zelfs al om zes uur donker… Omdat we in het donker niet veel meer kunnen doen (en rijden is ook niet aan te raden omdat er zoveel wildlife op de baan vertoeft na zonsondergang), gaan we nu dus rond acht uur slapen :) Maar we zijn dan ook meestal alweer ingepakt en weg rond zeven uur ‘s ochtends, we leven met de zon!

Op naar het oosten
Dinsdag moesten we weer in Hobart zijn omdat we een kans hadden op een job. Helaas konden ze ons niet meteen iets laten weten, het kon zelfs een week duren… Na wat getwijfel en overleg hebben we beslist om toch de oostkust al te doen, in de plaats van ons eerst nog een week te moeten bezighouden in Hobart. Als we de job krijgen, rijden we met plezier terug. Daarom dus dat we dinsdagavond kampeerden in de buurt van de oudste brug in Australië (die van Richmond) om ook woensdag nog van het ene mooie strand naar het andere mooie uitzicht te rijden. We moesten ons ook nog eens wassen, dus hebben we ongeveer al het warme water van een camping in Swansea opgebruikt :) – maar voorts hebben we vooral gekampeerd met uitzicht op zee, in speciaal daarvoor voorziene – gratis! – campervanplekken. De oostkust is ons goed gezind!

Leve de parkpas
Donderdag hebben we Freycinet National Park bezocht, een schiereiland dat zéér toeristisch is in de zomer, maar met deze herfstige temperaturen viel het daar allemaal goed mee. Nog eens een klein bergje overgestoken om op Wineglass Bay Beach te geraken, waar het zand zo wit en de zee zo blauw was, zo mooi :) En er zaten vriendelijke wallabies op het strand!

Vrijdag zijn we naar Douglas-Apsley National Park gereden (we hebben een parkpas die twee maanden geldig is, en waarmee je in alle Tasmaanse nationale parken binnen mag). Weer gewandeld :) Het avontuur zat ‘m deze keer vooral in de rivier die we over moesten steken om het pad aan de overkant weer te kunnen volgen. Aan het einde van het pad lag een ‘gorge’, waar de rivier zich een weg had gesneden in de rotsen. Overal rotsblokken in het water, dat diep en helder en turkooisblauw was en waar naar het schijnt speciale vissen in moesten zitten. Ik vermoed dat hun specialiteit onzichtbaarheid was :)

Zaterdag zijn we naar St Helens gereden, de grootste stad aan de oostkust en eigenlijk de laatste voor de highway je terug het binnenland in leidt. Boven St Helens ligt de Bay of Fires, een zeer uitgestrekt stuk strand met meer rotsen dan zand, zeer woeste golven en weer mooi blauw water. En de rotsen zijn rood om de een of andere reden, wat het geheel behoorlijk fotogeniek maakt!

Sinds gisteren zijn we in de buurt van Launceston, waar we een bootreis terug naar het ‘mainland’ proberen te bemachtigen, wat niet zo simpel blijkt omdat alles twee weken volgeboekt is, en waar we even internet hebben om eindelijk deze blog te kunnen posten!

Lieve groeten,

Tine



* Cradle Mountain


* Wij op de top, uiteraard mistig :)


* Hot Cross Buns!!


* Zonsondergang in Strahan, onze stop aan de westkust


* De dode heuvels van Queenstown


* Een van de watervallen in het Franklin-Gordon Wild Rivers National Park


* World Heritage Area: groen groen groen en bos bos bos


* De gouden velden verder op onze tocht (meer naar het zuiden, richting Hobart)


* Tim en de Huon Pine (in de Botanical Gardens in Hobart)


* Tasman Peninsula met de welbekende convict-geschiedenis


* Tine voor de ruïnes van een oude (convict)koolmijn


* Eastern Quolls in het Tasmanian Devil Conservation Park


* Tasmaanse duivels!


* Tim en de pademelon


* en nog eentje :)


* Nu een 'echte' kangoeroe


* Tine en de wallaby


* Tine en de kangoeroe


* Tine wordt overstelpt met pademeloentjes


* De vogelshow in datzelfde park


* Tim op het witte strand van Spiky Beach (oostkust)


* Wineglass Bay (oostkust)


* De Bay of Fires in het avondlicht


* Meer Bay of Fires

dinsdag 30 maart 2010

Paradijs

We zijn in Paradise beland. Een klein dorpje naast Promised Land (echt waar! De dorpsnaamkiezers vonden het hier precies de moeite :)), waar we sinds dinsdag bij een nieuw wwoof-gezin terecht zijn gekomen. Hij is Frans, zij is een Australische. Ze hebben een mooi stuk land met groentetuintjes, kippen ('chooks'), enkele koeien, schapen, geiten en cavia's, een crèmegele viermaalvier die even oud is als ik, een houtvuur om op te koken, een zelfgebouwd Provence-huis en een cottage tussen de fruitbomen waar wij en nog een koppel (hij Frans, zij Taiwanees-Australisch) nu verblijven. We werken hier de hele dag door, maar aan een rustiger tempo.

Tim helpt met de elektrische afsluitingen rond de weides, met de koeien, met de bouw van een serre en algemeen als rechterhand van Gilles. Ik help bij het eten maken, trek lastige bramen uit die overal beginnen te overheersen, pluk appels en peren en maak er al graag eens een dessert mee :) en heb ook zelf brood leren bakken.

Morgen - dinsdag - vertrekken we hier. Dan gaan we de beroemdste berg van Tasmanië op, Cradle Mountain. Hopelijk is het deze keer niet koud, winderig, nat en mistig :) Erna zijn we weer een beetje op reis, doorheen Tasmanië deze keer. We rijden naar het zuiden en bezoeken Hobart om dan via de oostkust terug naar boven te rijden. Tenzij we onderweg een fruitplukjob vinden, zullen we 7 april bij een derde familie gaan wwoofen. Dat bespaart ons behoorlijk wat geld en we vinden het nog tof ook :)

Tot later!

Tine

zondag 21 maart 2010

Over de zee


* Melbourne: de skyline, bruine Yarrarivier en Tine


* De Melbourne Harbour by night


* Ontmoeting met onze Zweedse vriendinnen die we ook in Sydney af en toe zagen! Yahtzee, goon en reisplannen.


* Een veel te zot gebouw met een oude fabriekstoren in een nieuw, modern winkelcomplex


* We moesten nog naar de Melbourne State Library maar die was precies een beetje verzakt ;)


* St Kilda pier


* We rijden op/in de gigantische ferry!


* Daag Melbourne!


* Even een roeibootje geleend om de buitenkant te kunnen fotograferen


* Tim wou testen of het waar was wat ze zeggen over het Tasmaanse water: ijskoud. Maar hij zag toch niet blauw :)


* De Batman Bridge (grappig :))


* Narawntapu National Park...


* ...waar we heel veel pademelons zagen!


* Tim en zijn zandkasteel


* Meer kasteel aan de Tasmaanse noordkust


* Een kangoeroe in de vlucht (vanuit de auto)


* Picknick in George Town


* Elke avond een mooie zonsondergang :)


* Onze huidige verblijfplaats: een treinwagon in het bos